U bevindt zich op:Professionals Projecten en onderzoeken  Corona Onderzoek Limburg

Corona Onderzoek Limburg

Het Corona Onderzoek Limburg heeft als doel te achterhalen welke factoren hebben bijgedragen aan de verspreiding van Covid-19 in Limburg. Voor het onderzoek stonden 10.001 Limburgers bloed af en vulden een vragenlijst in. Zij vormen een goede afspiegeling van de regionale samenleving, zowel in leeftijdsopbouw, als in spreiding over de provincie. Het onderzoek, uniek in soort en omvang, vond plaats eind 2020. Het onderzoek is uitgevoerd door de GGD Zuid Limburg, GGD Limburg-Noord en Maastricht UMC+, in opdracht van de Provincie Limburg.

In de periode tot juni 2021 zijn nadere analyses gedaan met de verkregen gegevens. Zo is gekeken naar welke factoren van invloed zijn geweest op de besmetting van mensen en welke rol evenementen zoals carnaval daadwerkelijk hebben gespeeld in de snelheid van de verspreiding van het virus. 

Opzet van het onderzoek

Opzet van het onderzoek

Het  Corona  Onderzoek  Limburg is  een  samenwerking  tussen  de  GGD Zuid  Limburg, GGD Limburg-Noord,  Maastricht  UMC+  en  de  provincie  Limburg. Alleen inwoners van Limburg konden zich inschrijven voor het onderzoek.

Geïnteresseerden konden zich vanaf vrijdag 23 oktober online aanmelden. Het maximum van 10.000 deelnemers was binnen enkele uren bereikt. De deelnemers hebben na aanmelding een bevestigingsmail ontvangen met verdere informatie. Binnen een aantal weken na de aanmelding is men gebeld door een medewerker van het callcenter. Van deze medewerker heeft men mondeling informatie over het onderzoek ontvangen én heeft men de mogelijkheid gehad om vragen te stellen. Wanneer er daarna interesse was om met het onderzoek mee te doen, is tijdens het telefoongesprek een afspraak ingepland voor de bloedtest naar antistoffen op een van de locaties (Maastricht, Landgraaf, Urmond of Venlo).

Meedoen aan dit onderzoek betekende één keer naar een locatie van de GGD komen voor een bloedtest naar antistoffen én het invullen van een online vragenlijst. Deelnemers hebben daarna de uitslag van het antistoffen onderzoek ontvangen. 

Resultaten onderzoek

Deze factsheet (PDF) beschrijft de eindresultaten van het onderzoek naar antistoffen tegen het coronavirus in Limburg. Doel is om inzicht te krijgen in de factoren die hebben bijgedragen aan de snelle verspreiding van het coronavirus in Limburg.

Veel gestelde vragen over betekenis resultaten

Wat zeggen de resultaten van dit onderzoek over de Limburgse bevolking en over Nederland?

De deelnemers van dit onderzoek vormen een goede afspiegeling van de Limburgse samenleving, zowel in leeftijdsopbouw als in spreiding over de provincie. Het is aannemelijk dat de hoeveelheid antistoffen gevonden in dit onderzoek overeenkomt met de hoeveelheid antistoffen in heel Limburg. Sinds november 2020 zijn veel Limburgers besmet met het coronavirus. Dat betekent dat om een indruk te krijgen van het actuele percentage Limburgers met antistoffen door natuurlijke corona-infectie van begin april 2021 ongeveer 9% bij kan worden opgeteld. Daarnaast is er nog een percentage Limburgers met antistoffen door vaccinatie.

Het aantal deelnemers met antistoffen is niet vergelijkbaar met het geschatte aantal mensen met antistoffen in heel Nederland. De hoeveelheid antistoffen is namelijk afhankelijk van de hoeveelheid infecties/positieve test uitslagen. Dit aantal is niet door heel Nederland hetzelfde en relatief hoog in Limburg.

Wat zijn blootstellingsfactoren?

Blootstelling betekent onbeschermd in contact komen met een gevaar. In dit onderzoek wordt met gevaar het coronavirus bedoeld. Blootstellingsfactoren zijn activiteiten en omstandigheden die leiden tot een grotere kans om in aanraking te komen met het coronavirus. Verschillende situaties vergroten de kans op blootstelling, bijvoorbeeld wanneer veel mensen zich in een binnenruimte bevinden zonder 1,5 m afstand.

Voor alle onderzochte blootstellingsfactoren is gekeken of het percentage antistoffen hoger ligt dan het gemiddelde percentage in heel Limburg. De onderzochte blootstellingsfactoren van dit onderzoek zijn: lid zijn van een vereniging, naar het buitenland zijn gereisd, carnaval hebben gevierd of andere specifieke evenementen hebben bezocht in februari en maart 2020. Werksituaties kunnen er ook voor zorgen dat een deelnemer een grotere kans heeft om in aanraking te komen met het coronavirus.

Wat betekent het als een blootstellingsfactor een onafhankelijk grotere kans geeft op het hebben van antistoffen?

Voor alle onderzochte blootstellingsfactoren is gekeken of het percentage antistoffen hoger ligt dan het gemiddelde percentage in heel Limburg. Hierbij is rekening gehouden met mogelijke verstorende factoren zoals, bijvoorbeeld leeftijd, om te bepalen of het hogere percentage antistoffen daadwerkelijk door de blootstellingsfactor komt en niet door een verschil in leeftijd tussen de groepen. Door rekening te houden met verstorende factoren spreek je van een onafhankelijk grotere kans voor het hebben van antistoffen voor de blootstellingsfactoren. Deze grotere kans wordt niet beïnvloed door de verstorende factoren waar rekening mee is gehouden.

Hoe kan het dat ik geen antistoffen heb, terwijl ik wel besmet ben geweest?

De hoeveelheid antistoffen die mensen maken na een besmetting verschilt sterk. Mensen met ernstige klachten hebben bijna altijd veel antistoffen in hun bloed. Mensen met milde klachten hebben meestal minder antistoffen. In een klein aantal gevallen kunnen er geen antistoffen worden gevonden bij mensen die een milde corona besmetting hebben gehad. Daarnaast kan het twee tot drie weken duren voordat de juiste antistoffen worden gemaakt en deze in voldoende hoeveelheid aanwezig zijn zodat ze gemeten kunnen worden.

Naast antistoffen zijn er andere vormen van afweer die kunnen helpen met beschermen tegen besmetting, zoals afweer cellen. Er wordt verwacht dat antistoffen en andere vormen van afweer ervoor zorgen dat een volgende besmetting minder klachten zal geven. Vervolgstudies moeten uitwijzen hoelang antistoffen aanwezig blijven en hoe goed antistoffen beschermen tegen besmetting maar op basis van huidige studies is de verwachting dat dit langer dan één jaar zal zijn.

De exacte reden waarom iemand wel of geen antistoffen heeft, is vanuit dit onderzoek niet te achterhalen.

Is het mogelijk om een (tweede) bloedtest naar antistoffen te krijgen bij de GGD?

Nee, het is niet mogelijk om een nieuwe bloedtest naar antistoffen te krijgen in het kader van dit onderzoek. Het onderzoek is eind 2020 afgerond en het is vooralsnog niet de bedoeling om nogmaals deelnemers uit te nodigen voor een bloedtest naar antistoffen. 

Ik ben aanwezig geweest bij een van de evenementen waar het aantal deelnemers te klein was om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen, betekent dit dat ik geen grotere kans heb gehad om besmet te raken

Van een aantal evenementen was het aantal deelnemers te klein om een betrouwbare uitspraak te doen. Deze evenementen laten wel een hoger percentage antistoffen zien. Door de kleine aantallen kunnen we niet bevestigen of uitsluiten dat deze evenementen een rol hebben gespeeld in de verspreiding.

Waarom is het percentage antistoffen hoger voor deelnemers die een balsport beoefenen?

De balsporten waaraan gedacht kan worden zijn bijvoorbeeld handbal, volleybal, basketbal, squash of tennis. Deze worden meestal binnen beoefend. Balsporten die buiten worden beoefend zijn bijvoorbeeld tennis, golf en honkbal. In dit onderzoek weten we niet of deelnemers die een balsport hebben beoefend dit binnen of buiten hebben gedaan. De kans om besmet te raken met het coronavirus is groter in een binnenruimte. Hier speelt ventilatie van de ruimte een rol. Deze is mogelijk beperkt in gymzalen en sport faciliteiten. Ook de afstand tussen mensen speelt een rol. Binnensporten zorgt voor veel contact binnen 1,5 m in de kleedkamer bijvoorbeeld. Vaak wordt na het sporten nog samen gezeten met teamgenoten in bijvoorbeeld de sportkantine wat ook de hoeveelheid contact vergoot. De combinatie van mogelijk beperkte ventilatie en veel contact binnen 1,5 m kan ervoor hebben gezorgd dat het percentage antistoffen hoger is bij deelnemers die een balsport beoefenen. 

Hoe kan het dat alleen langer dan 8 uur carnaval vieren in een binnenruimte een onafhankelijk grotere kans geeft op het hebben van antistoffen?

Tussen de carnavalsviering (februari en maart 2020) en de maand waarin de bloedtest naar antistoffen is uitgevoerd (november 2020) zit een lange tijd. In deze tijd zijn er veel andere blootstellingsfactoren bijgekomen die het lastiger maken om de daadwerkelijke bijdrage van de carnavalsvieringen aan de verspreiding te meten. Desondanks, laat dit onderzoek zien dat het percentage antistoffen hoger is bij deelnemers die carnaval hebben gevierd en dat dit percentage oploopt naarmate de tijd verbleven in een binnenruimte langer wordt. Dit laat zien dat carnaval waarschijnlijk wel een belangrijke rol heeft gespeeld in de verspreiding. Het feit dat er een tijd afhankelijk verband wordt gevonden maakt het zeer waarschijnlijk dat er ook daadwerkelijk een oorzakelijk verband is. Alleen wanneer een deelnemer veel blootstelling heeft gehad (8 uur of langer) kunnen we aantonen dat carnaval vieren een onafhankelijk grotere bijdrage heeft geleverd.

Hoe kan het dat lid zijn van een zangvereniging of (kerk)koor een grotere kans geeft op het hebben van antistoffen?

Andere onderzoeken laten zien dat niet alleen bij hoesten en niezen, maar ook bij hard praten en zingen druppeltjes kunnen ontstaan in de lucht. Het aantal druppeltjes neemt toe naarmate iemand harder praat of zingt. Hoe groot de kans op besmetting via deze druppeltjes in de lucht is, is nog onduidelijk. De kans op besmetting is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de hoeveelheid virus in de druppeltjes en hoe lang de druppeltjes in de lucht blijven. Hoe lang de druppeltjes in de lucht blijven wordt onder andere bepaald door de grote van de druppeltjes en ventilatie (verversen van de lucht) van de ruimte. Daarnaast is de afstand tussen mensen ook belangrijk. Wanneer mensen dichter op elkaar staan is de kans op besmetting via druppeltjes groter dan wanneer mensen verder van elkaar staan.

Dit onderzoek laat zien dat zingen in een zangvereniging of (kerk)koor een onafhankelijk grotere kans geeft op het hebben van antistoffen. Dat zou verklaard kunnen worden door meer druppeltjes in de lucht wanneer men hard praat of zingt, in combinatie met minder goede ventilatie van een ruimte en weinig afstand tussen mensen.

Zijn er meer verenigingen die een grotere kans geven op het hebben van antistoffen?

Er zijn meer verenigingen waarbij het percentage antistoffen hoger was dan het gemiddelde, maar deze verenigingen geven geen onafhankelijk grotere kans op het hebben van antistoffen. Dit betekent dat wanneer rekening wordt gehouden met verstorende factoren, het percentage antistoffen van deze verenigingen nauwelijks verschilt met het gemiddelde percentage.

Het percentage antistoffen is hoger bij deelnemers die studeren aan het middelbaar beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs. Betekent dit dat je op school een grotere kans hebt om besmet te raken?

Nee, dit betekent niet per se dat de besmetting heeft plaatsgevonden op school. Het is niet te achterhalen waar de besmetting heeft plaatsgevonden die uiteindelijk heeft geleid tot de ontwikkeling van antistoffen. Studenten kunnen een besmetting ook oplopen in een studentenhuis bijvoorbeeld, in plaats van op school.

Hoe kan het dat theoretisch opgeleiden een lager percentage antistoffen hebben, maar studenten aan het wetenschappelijk onderwijs een hoger percentage antistoffen hebben?

Op basis van hoogst afgeronde opleiding zijn alle deelnemers ingedeeld in praktisch of theoretisch opgeleid. Een aantal deelnemers studeerde (nog) ten tijde van het onderzoek. De resultaten over opleidingsniveau en studeren zijn dus gebaseerd op verschillende groepen. Bij MBO en WO studenten vonden we vaker antistoffen en niet bij HBO studenten. Dat heeft enerzijds waarschijnlijk te maken met het op kamers wonen in studenten huizen bij WO studenten. Bij MBO studenten zijn vaak de stages in de praktijk door gegaan waar niet altijd alle maatregelen gevolgd worden. In algemene zin geldt voor deze groep dat ze behoren tot de leeftijdsgroep van 18 to 30 jarigen waar ook de hoogste percentages antistoffen werden gevonden omdat in deze groep relatief minder aan de maatregelen werd gehouden. 
Een mogelijke verklaring waarom theoretisch opgeleiden minder vaak antistoffen hebben kan gevonden worden in het werk wat zij doen. Het is aannemelijk dat theoretisch opgeleiden werken in een sector waarbij ze vaker kunnen thuis werken. Thuiswerken bleek duidelijk beschermend en te leiden tot minder antistoffen.

Waarom is het percentage antistoffen hoger wanneer mensen naar Oostenrijk of Spanje zijn geweest?

Voor de periode februari en maart 2020 is aan deelnemers gevraagd of zij het buitenland hebben bezocht. De kans om in aanraking te komen met het coronavirus (blootgesteld te worden) is groter wanneer er veel besmettingen zijn. In februari en maart 2020 was het aantal besmettingen in Spanje en Oostenrijk groot. De kans om in aanraking te komen met het virus was daardoor groter in Spanje en Oostenrijk vergeleken met Nederland. Dit onderzoek laat dat ook zien, het percentage antistoffen is hoger bij deelnemers die deze landen hebben bezocht. Bij deelnemers die op wintersport zijn geweest naar Oostenrijk komt dit onder andere ook door het bezoeken van een après-ski bar, immers een plaats waar veel mensen binnen waren zonder afstand te houden.

Hoe kan het dat het percentage antistoffen hoger is voor deelnemers die een après-ski bar hebben bezocht?

Deelnemers die een après-ski bar hebben bezocht hebben een grotere kans gehad om in aanraking te komen met het coronavirus. Het bezoek van de après-ski bar is gevraagd voor de periode februari en maart 2020. Er gelden toen nog geen corona maatregelen zoals het houden van 1,5 m afstand. Het is dus waarschijnlijk dat in een après-ski bar geen 1,5 meter afstand is gehouden tussen mensen. Hierdoor kan het virus makkelijker overspringen van iemand die besmet is met het virus naar anderen. Ook speelt de mate van ventilatie een rol en het feit dat het binnen was. Wanneer een ruimte slecht wordt geventileerd, wordt de lucht niet goed ververst, waardoor het virus langer in de lucht kan blijven.

Loop ik extra risico als ik vrienden/familie die net over de grens wonen bezoek?

De voorlopige resultaten geven een eerste aanwijzing dat grensverkeer (naar België en Duitsland) een beperkte rol heeft gespeeld tijdens de verspreiding van het virus in de eerste besmettingsgolf. Hoe groot de kans is om op dit moment besmet te raken wanneer u de grensregio’s bezoekt is niet af te leiden uit dit onderzoek.

De kans om besmet te raken is onder andere afhankelijk van het aantal besmettingen in de regio die u bezoekt. Het blijft daarom belangrijk om de huidige maatregelen en reisadviezen van onze buurlanden op te volgen.

Veel gestelde vragen over antistoffen, besmetting en vaccinatie

Wat betekent het hebben van antistoffen?

Antistoffen zijn eiwitten die in mensen worden gemaakt als reactie op een infectie met een virus. Antistoffen kunnen zich binden aan het virus en deze onschadelijk maken. Antistoffen worden gemaakt door specifieke cellen. Na het onschadelijk maken van het virus door de antistoffen, blijven deze cellen vaak bestaan en vormen dan een soort beschermend geheugen. Het hebben van antistoffen is dus een teken dat u in aanraking bent gekomen met het virus. Bij een nieuwe infectie kunnen ze het virus dan direct onschadelijk maken en verwijderen. Je bent dan immuun voor dat specifieke virus. Hoe lang de antistoffen aanwezig blijven na de eerste infectie en of ze opnieuw gemaakt worden bij een nieuwe infectie moet onderzocht worden. Dit wordt dus ook nog onderzocht voor het coronavirus.

Antistoffen zijn maar één onderdeel van het menselijk afweersysteem. Naast antistoffen zijn er zogeheten T-cellen en geheugencellen. T-cellen zijn witte bloedcellen die proberen de infectie de kop in te drukken, voordat er antistoffen zijn gemaakt. Het lijkt erop dat bij mild verlopende infecties met het coronavirus dit goed lukt. Ten slotte zijn er de geheugencellen. Wanneer het virus een tweede keer binnendringt worden deze geheugencellen geactiveerd, waardoor opnieuw antistoffen en T-cellen worden gemaakt. Hierdoor worden mensen bij een tweede infectie niet of minder erg ziek. Het is nog onduidelijk of het immuunsysteem ook op deze manier werkt bij het coronavirus.

Kan ik opnieuw corona krijgen ook al heb ik antistoffen in mijn bloed?

Ja. antistoffen in het bloed zijn een signaal dat uw immuunsysteem actief is geworden en in verreweg de meeste gevallen kan dit minstens een half jaar, maar waarschijnlijk langer een nieuwe infectie voorkomen. Ondanks de aanwezigheid van antistoffen kunt u in zeldzame gevallen opnieuw besmet raken met het coronavirus, maar vaak verloopt de besmetting dan veel milder. Hoe lang de antistoffen aanwezig blijven na de eerste infectie en of ze opnieuw gemaakt worden bij een nieuwe infectie moet nog onderzocht worden. Het blijft daarom belangrijk om de maatregelen te volgen.

Moet ik mij nog laten vaccineren als ik antistoffen heb?

Ja, de Gezondheidsraad adviseert om mensen die reeds corona hebben doorgemaakt, ook te vaccineren. Het is namelijk niet duidelijk hoe lang bescherming na een eerder doorgemaakte infectie aanhoudt en hoe hoog het antistofniveau moet zijn om ziekte te voorkomen.Vaccineren kan veilig bij mensen die al een infectie met het coronavirus hebben doorgemaakt. 

Wanneer maar 1 vaccinatie?

Op dit moment adviseert het RIVM dat u maar één prik nodig heeft als de infectie (veiligheidshalve) korter dan 6 maanden geleden is ontstaan. Over het meten van antistoffen in het bloed als bewijs voor eerdere infectie is nog discussie. Niet alle bloedtesten zijn even goed. Bij COL is de best beschikbare antistof test gebruikt, maar bij dergelijke bloedtesten in het algemeen ontbreekt nog standaardisatie van kwaliteit. Ook weten we nog niet hoeveel antistoffen bescherming biedt en is niet duidelijk hoe lang geleden de infectie heeft plaats gevonden. Daarom geldt een bloedtest vooralsnog niet als reden om geen 2e vaccinatie te krijgen. Wel een positieve PCR-test of sneltest omdat hierbij het moment van besmetting met grotere zekerheid kan worden vastgesteld. Meer informatie over dit onderwerp leest u hier op de website van het RIVM.

Heeft vaccineren andere bijwerkingen als je al corona hebt gehad?

Nee, je hebt dan wel wat meer kans op bijwerkingen (zoals koorts) binnen één of enkele dagen na vaccinatie, maar ook deze verdwijnen na een paar dagen.

Wanneer word ik gevaccineerd?

U wordt opgeroepen voor de vaccinatie op het moment dat u in aanmerking komt voor een vaccin volgens het vaccinatie schema. Meer informatie over dit onderwerp leest u hier op de website van het RIVM.

Veel gestelde vragen over gegevens van het onderzoek

Wordt de uitslag van mijn bloedtest met anderen gedeeld (bijv. het RIVM)?

Nee, de gegevens die voor dit onderzoek zijn verzameld worden niet gedeeld met anderen – ook niet binnen de GGD (zoals bijvoorbeeld bij de teststraten of de vaccinatie faciliteiten). Uw gegevens staan opgeslagen in een speciaal voor dit onderzoek ontwikkelde database. Of u antistoffen tegen het coronavirus heeft is alleen bekend bij de onderzoekers. Om uw privacy te beschermen hebben uw gegevens en uw lichaamsmateriaal een code gekregen. Uw naam en andere gegevens die u kunnen identificeren worden daarbij weggelaten.

Weten jullie hoeveel antistoffen ik precies heb, en kan ik dit opvragen?

Nee, voor de bepaling van de aanwezigheid van antistoffen is een test gebruikt die alleen aangeeft of de antistoffen wel of niet aanwezig zijn in uw bloed op het moment van de bloedafname. Hierdoor kunnen wij niets zeggen over de hoeveelheid antistoffen die zijn aangetoond.

Informatie over gegevensbescherming COL

Informatie over gegevensbescherming COL

Alle gegevens van het Corona Onderzoek Limburg zijn opgeslagen in een speciaal voor dit onderzoek ontwikkelde database. Wij maken hiervoor dus geen gebruik van het landelijke systeem CoronIT of HPZone. Uw gegevens die in het kader van het Corona Onderzoek Limburg zijn verzameld zijn dus niet opgeslagen in de systemen waar het datalek heeft plaatsgevonden, maar in een lokaal systeem ontwikkeld door de GGD Zuid Limburg. Hierdoor kunnen wij garanderen dat deze gegevens veilig zijn opgeslagen. Heeft u nog vragen na het lezen van deze informatie neem dan contact op met het onderzoeksteam, u kunt hiervoor een e-mail sturen naar coronaonderzoeklimburg@ggdzl.nl.

Heeft u vragen met betrekking tot uw gegevens in het kader van testen en bron- en contactonderzoek? Neem dan contact op met de Corona Informatielijn van de GGD Zuid Limburg.

Contact informatie onderzoek

Heeft u nog vragen over het onderzoek dan kunt u een bericht sturen naar:

coronaonderzoeklimburg@ggdzl.nl 

Voor vragen over vaccinatie en antistoffen verwijzen wij naar de Corona Informatielijn GGD Zuid Limburg.