U bevindt zich op: Home /Burgers /Infectieziekten en hygiëne /Tuberculosezorg / Tuberculose en reizen

Tuberculose en reizen

In Oost-Europa, het Midden-Oosten, Azië, Afrika en Midden- en Zuid-Amerika komt nog veel tuberculose voor. Reist u naar één van deze gebieden, dan is het verstandig om maatregelen te nemen als u:

  • langer dan 3 maanden wegblijft of als u regelmatig korte reizen maakt;
  • veel contact heeft met bepaalde risicogroepen. De GGD kan u hierover adviseren.
  • reist met een kind dat jonger is dan 5 jaar;
  • verminderde weerstand heeft.

Neem hiervoor uiterlijk 8 weken voor vertrek (of anders zo snel mogelijk) contact op met de GGD.

Advies per land kunt u vinden bij Het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR).

Wat kunt u doen om tuberculose te voorkomen?

De GGD kan de volgende maatregelen adviseren:

  • Het laten doen van een Tuberculinehuidtest of Mantouxtest, zo nodig 1 week vóór en 8 weken na uw reis. Bij een positieve uitslag na de reis (en een negatieve voor de reis) krijgt u medicijnen om te voorkomen dat u ziek wordt. In de folder Tuberculinehuidtest (PDF, 33kB) van KNVC Tuberculosefonds, vindt u hierover meer informatie.
  • Een BCG-vaccinatie uiterlijk 6 weken voor vertrek. Dit kan alleen als u niet eerder een BCG-vaccinatie hebt gehad en ook niet eerder besmet bent met de tuberculose bacterie.

Vaccinatie voor kinderen van migranten

Kinderen van ouders die afkomstig zijn uit een land waar veel tuberculose voorkomt en die nog regelmatig hun thuisland bezoeken, komen in aanmerking voor een gratis BCG-vaccinatie. Kleine kinderen kunnen namelijk erg ziek worden van tuberculose.

Let ook na de reis op signalen

De GGD adviseert alle reizigers naar een land waar veel tuberculose voorkomt tot 2 jaar na hun reis te letten op hoestklachten die langer dan 3 weken aanhouden.

Meer informatie over reizen en tuberculose vindt u in de brochure Reizen en tuberculose (PDF, 438 kB) van KNCV Tuberculosefonds.

Stuur door

Stuur deze informatie door

stuurartikeldoor

Data